Skip to main content

More press news!

  • September 17, 2019

16.09.2019 - PERSBERICHT De Standaard: Trekken artsen voldoende tijd uit voor overleg bij kanker? (https://www.standaard.be/cnt/dmf20190916_04611463)

 

Trekken artsen voldoende tijd uit voor overleg bij kanker?

Overleg tussen artsen over de kankerbehandeling van patiënten is vaak erg beperkt, blijkt uit een onderzoek. ‘Luisteren naar patiënten zit nog altijd niet in ons zorgsysteem’, klinkt het. Maar niet iedereen is het daarmee eens: ‘Als er tijd nodig is, nemen we die.’


Als artsen en specialisten onderling bespreken welke kankerbehandeling het best is voor een patiënt, doen ze dat steevast binnen het Multidisciplinair Oncologisch Consult – kortweg MOC. Het MOC-overleg is bij wet vastgelegd en wordt ook door de staat gefinancierd. Het MOC is ook een voorwaarde voor de terugbetaling van kankerbehandelingen.


Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) gingen na hoe ziekenhuizen die vergaderingen aanpakken. Daarbij valt het de onderzoekers op dat het allemaal erg snel moet gaan, berichtte de krant De Morgen vandaag. ‘De MOC-vergaderingen verlopen zeer routinematig’, zegt Melissa Horlait van de onderzoeksgroep Organisation, Policy & Social Inequalities in Health Care. ‘Het moet vooruit gaan, want er zijn vaak 20 tot 30 patiënten geagendeerd in slechts een uur.’ Gemiddeld gaat het om minder dan vier minuten per patiënt, 3,8 om exact te zijn.
Bovendien komt de wil van de patiënt te weinig aan bod. ‘In sommige ziekenhuizen zitten psychologen en verpleegkundigen mee rond tafel,’ zegt Horlait, ‘maar eigenlijk komen ze nauwelijks aan het woord. Soms zijn ze zelfs helemaal niet uitgenodigd. Het overleg is vooral medisch gekleurd.


Paternalistisch model


Maar het paternalistische model van vroeger, de arts aan de top van de hiërarchie, is achterhaald, vindt Horlait. ‘Het MOC is niet mee geëvolueerd met die tendens. Verpleegkundigen en psychologen weten meer over de patiënt dan de arts. Ze weten hoever de patiënt wil gaan en hoe de patiënt bepaalde behandelingen afweegt tegen levenskwaliteit.’
Horlait beklemtoont dat het MOC een zeer nuttig overlegmoment is: ‘Het aantal patiënten dat wordt voorgesteld en besproken in een MOC stijgt ook jaar na jaar. De impact van dit multidisciplinair overleg op de zorgkwaliteit wordt over het algemeen als erg positief beschouwd.’


‘Soms heel duidelijk’


Sevilay Altintas, senior staflid van de afdeling oncologie aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, kroop vanochtend in haar pen toen ze de resultaten van de studie las. Altintas vindt het jammer dat het MOC-overleg negatief wordt geframed. ‘Terwijl wij het MOC zeer ter harte nemen.’
Altintas erkent dat artsen veel patiënten bespreken in korte tijd. ‘Maar oncologen zijn nu eenmaal niet talrijk. Bovendien zijn er gevallen waarvan je duidelijk weet om welke tumor het gaat en het heel duidelijk is welke behandeling noodzakelijk is. Dan is een patiënt inderdaad snel besproken. Maar er zijn complexe patiënten waar je nooit met vier minuten toekomt. En dat gebeurt ook niet! Als we tijd nodig hebben om een patiënt te bespreken, dan nemen we die tijd ook.’


Psychosociaal aspect


De oncologe vindt ook dat de patiënt in België wel degelijk aandacht krijgt. ‘Wij overleggen apart met psychologen en sociaal assistenten. Hier is wel degelijk aandacht voor het psychosociale aspect: de patiënt staat in België enorm centraal, zeker in vergelijking met het buitenland.’
Horlait erkent ook dat er naast het MOC veel informeel overleg is, zoals teamvergaderingen. Het getal van 3,8 minuten is in die zin misleidend. ‘We zien dat in de teamvergadering de paramedici zelfs meer aan bod komen dan de artsen’, zegt Horlait. ‘Maar het probleem is dat, als er tijd en geld naar het MOC gaat en je nadien een beslissing in teamoverleg moet herzien, het MOC eigenlijk een maat voor niets is geweest. We moeten dat efficiënter organiseren.’


Afhankelijk van arts


Houden artsen genoeg rekening met de wil en de verwachtingen van patiënten? De meningen zijn verdeeld. ‘Luisteren naar de patiënt zit nog steeds niet systematisch in ons zorgsysteem vervat,’ zegt Ilse Weeghmans van het Vlaams Patiëntenplatform (VPP). ‘Het verschilt van dokter tot dokter. Patiënten zijn het ook nog niet gewend dus brengen ze hun eigen wensen en verwachtingen vaak ook niet aan.’
De klinisch psychologen sluiten zich bij die mening aan. ‘De gezondheidszorg in België is nog steeds erg medisch georiënteerd’, zegt Koen Lowet van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen. ‘Veel draait om de arts, die beslist wat er gebeurt. Andere beroepen hebben daar vaak weinig in te betekenen.’